Met de meeste Marokkaanse jongeren in Haarlem gaat het goed. Impressie debat 4 november 2009
Met de meeste Marokkaanse jongeren in Haarlem gaat het goed. Prima zelfs. Maar met een aantal ook niet. Meer Marokkaanse dan andere jongeren in Haarlem gaan het criminele pad op. Hoe komt dat? Hoe valt het te voorkomen, en wat valt eraan te doen als het eenmaal zo ver is? Deze vragen stonden centraal tijdens een debat in een volle zaal in het Mondiaal Centrum, op 4 november jongstleden. Het debat werd georganiseerd door de SAMS en de SMOH (Samenwerkende Marokkaanse Organisaties in Haarlem), in het kader van de Marokkoweek 2009, en stond onder leiding van NMO-presentator Abdellah Dami. Achter de forumtafel namen plaats Esma Mahdi van het Amsterdamse project Coach je Kind, Rins Joustra van politieteam Spaarne-Oost, Raja Alouani van project In Balans, en Paul Köster van Bureau Reclassering. In de zaal onder anderen een groep Marokkaanse jongens, jeugdhulpverleners, welzijnswerkers, plaatselijke politici en medewerkers van de politie.
Zoals alle ouders, willen Marokkaanse ouders graag dat het goed gaat met hun kind. Ze weten echter niet altijd hoe ze hun betrokkenheid het best vorm kunnen geven. Bovendien hebben ze vaak geen idee van de verleidingen waaraan hun kind op straat blootstaat. Esma Mahdi vertelt dat ze bij Coach je Kind ouders laten zien dat opvoeden meer is dan het bieden van eten, een schoon huis en schone kleren. Niet in alle gezinnen is het vanzelfsprekend dat de ouders aan hun kinderen vragen hoe het op school was vandaag, of wat ze na schooltijd gedaan hebben. Vaders bemoeien zich in veel Marokkaanse gezinnen al helemaal niet met de opvoeding, en een partijtje stoeien met hun kind is er ook niet bij. Coach je Kind gaat ervan uit dat de eerste jaren van kinderen voor een belangrijk deel bepalen hoe het later met hen gaat. Daarom is het zo belangrijk dat ouders in deze fase een beroep kunnen doen op een vorm van opvoedingsondersteuning. In Haarlem bestaat een dergelijk project niet, en instanties als Bureau Jeugdzorg weten vaak niet goed wat ze met Marokkaanse gezinnen aan moeten, zegt Raja Alouani. Zij roept de Haarlemse politiek dan ook op meer te investeren in opvoedingsondersteuning.
Schaamte
Als de opvoeding zo’n grote rol speelt, en als Marokkaanse jongeren vaker afglijden dan hun leeftijdgenoten met een andere etnische achtergrond, wat is dan het verschil tussen de opvoeding in Marokkaanse gezinnen en die in andere gezinnen? Schaamte lijkt bij Marokkaanse ouders een grotere rol te spelen dan bij bijvoorbeeld Turkse. Turkse ouders zoeken bij elkaar hulp in de opvoeding, zeker als het mis dreigt te gaan met hun kind. Marokkaanse ouders zullen juist niet snel om hulp of advies vragen, en zeker niet als het misgaat met hun kind. Dat er schaamte in het spel is als de politie voor de deur staat om je kind te halen, daar kijkt niemand van op. Toch zou men die schaamte voorbij moeten zijn, meent politieman Rins Joustra. En dat geldt niet alleen voor de ouders, maar óók voor hun buren die zo nodig willen kletsen en roddelen.
De Marokkaanse jongeren zelf benadrukken dat het uiteindelijk niet binnenshuis is waar het misgaat, maar op straat. Kennelijk zijn de verleidingen en verlokkingen groot – al wordt tijdens het debat niet ingegaan op de aard van die verlokkingen. En wat volgens hen een grote rol speelt, is de manier waarop Marokkaanse jongens bejegend worden door de politie. Ze moeten vaker dan anderen hun legitimatie laten zien, ook als daar geen enkele aanleiding toe is, en voelen zich daarbij vaak onbeschoft behandeld. Het wantrouwen aan beide zijden lijkt groot te zijn. Joustra is de eerste om toe te geven dat de politie in het verleden de zaken niet altijd goed heeft aangepakt, waardoor het contact verhard is en een sfeer van wij tegen zij is ontstaan. Maar de politie probeert het tij te keren en een beter contact te krijgen met de jeugd, onder andere door scholen te bezoeken en daar voorlichting te geven. De jongeren zouden de politie in zijn poging het contact te verbeteren, volgens Joustra trouwens best een beetje tegemoet mogen komen. Niet alle politieagenten zijn immers macho’s die het speciaal voorzien hebben op Marokkaanse jongeren.
Iemand die een hekel heeft aan de politie, gaat eerder opnieuw het foute pad op, zegt reclasseringsambtenaar Paul Köster. Ook hij onderkent dat Marokkaanse jongeren vaak niet zonder reden wantrouwend staan tegenover autoriteiten. Ze voelen zich buitengesloten en gediscrimineerd. Voor een succesvol reclasseringstraject is motivatie en vertrouwen nodig. Motivatie om je leven anders in te richten. Vertrouwen dat dat kán. Vertrouwen dat het je niet onmogelijk gemaakt zal worden, doordat je al bij voorbaat in een hoek wordt gezet. Dat vertrouwen ontstaat in contact. En contact tussen twee partijen is weer mogelijk als beide bereid zijn het beeld dat ze van elkaar hebben, los te laten en bij te stellen.
Kansen voor jongeren
Stel, dan ben je een Marokkaan en heb je ook nog eens een strafblad. Probeer dan maar eens aan een baan te komen, terug te keren op het rechte pad, en daar niet meer van af te wijken. Scholing en werk zijn van essentieel belang. Bij In Balans kunnen niet-westerse jongeren terecht voor hulp en begeleiding bij het vinden van een passende opleiding of een baan. De jongeren komen vrijwillig, omdat ze beseffen dat ze die hulp nodig hebben, omdat ze wel anders wíllen, maar niet altijd weten hoe. Het zijn jongeren die gemotiveerd zijn om iets van hun leven te maken, en die zich realiseren dat criminaliteit uiteindelijk nergens toe leidt. Het is belangrijk dat deze jongeren een kans krijgen in de samenleving, dat ze niet bij voorbaat al afgeschreven worden. Raja Alouani, van In Balans, ziet dat de jongens die bij haar komen iets van hun leven willen maken. Soms lukt het haar ook niet om werk voor hen te vinden, of duurt het heel lang voor ze succes heeft. Maar ze blijven komen, gewoon omdat ze er behoefte aan hebben om met iemand te praten. Het zijn net mensen, dus, en helemaal geen beroerde mensen. Als je maar bereid bent je vooroordelen opzij te zetten en een beetje beter te kijken. Dan is van alles mogelijk, voor iedereen.
